Sample menu:

logo"

Veiligheid en aansprakelijkheid

Op deze plek van de website willen we informatie verschaffen over veiligheid, keuringsinstituten, wet- en regelgeving etcetera. De bedoeling is om deze informatie aan te vullen met kennis en ervaring van mensen uit het veld. Heeft u dus informatie die nog aan deze website toegevoegd kan worden, mailt of belt u dan naar Marjan Wagenaar.

Spelen is kernwaarde, veiligheid is een randvoorwaarde
Veiligheid is belangrijk, daar zijn we het allemaal over eens. Niemand heeft graag een speelplaats onder zijn hoede waar je je eigen kinderen niet durft te laten spelen. Aan de andere kant: risico's op een speelplaats maken het voor kinderen juist spannend, ze verhogen de speelwaarde én leren kinderen om risico's beter in te schatten en hier verantwoord mee om te gaan. Welke risico's vinden we aanvaardbaar, te leuk om te laten schieten of zelfs een noodzakelijk leermiddel voor kinderen?

Op de vraag wat veilig is, geeft iedereen weer net een ander antwoord. Daarom is het altijd goed de veiligheid van een speelplaats door meerdere mensen te laten beoordelen en in een gezamenlijke discussie te bepalen wat nu échte risico's zijn. De veiligheid van speelplaatsen is echter ook bij wet vastgelegd, en daar moet iedereen die speelplaatsen ontwerpt, aanlegt en/of beheert rekening mee houden. Het loont zeker de moeite om, vóór de realisatie van je speelplaats, je hierin te verdiepen.

Het Attractiebesluit
De belangrijkste wet op dit gebied is het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS), ofwel het 'Attractiebesluit'. Dit besluit geeft o.a. aan waar speeltoestellen aan moeten voldoen en welke risico's voor de wet aanvaardbaar zijn en welke niet. Een speeltoestel wordt gedefinieerd als 'een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt' (WAS, artikel 1c). Een attractie daarentegen is een inrichting aangedreven door een niet-menselijke energiebron. De volledige wettekst is in te zien op www.wetten.nl.

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) is de instantie in Nederland die toezicht houdt op naleving van het WAS. Alles wat onder de WAS valt, moet gecertificeerd worden door een keuringsinstantie, regelmatig geïnspecteerd en onderhouden worden en er moet een logboek bijgehouden worden. Als een speelobject niet onder het WAS valt, wordt het aangeduid als speelaanleiding. Ook voor speelaanleidingen bestaat een zorgplicht door de eigenaar, die is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek.

Speelaanleiding of speeltoestel?
Bij natuurlijke speelplaatsen zijn er altijd wel speelvoorzieningen waarvan je je kunt afvragen of het nu een 'natuurlijke speelaanleiding' is of een echt speeltoestel is dat onder de WAS valt. De VWA heeft daarom een reikwijdte notitie uitgebracht van de WAS (Reikwijdte WAS) en een factsheet Speelbossen met o.a. voorbeelden van speelaanleidingen en speeltoestellen. De Reikwijdte WAS en de factsheet Speelbossen zijn te downloaden op de website van de VWA.

Certificering van speeltoestellen
Het WAS schrijft voor dat alle speeltoestellen éénmalig gecertificeerd moeten worden door een 'aangewezen keuringsinstantie' (AKI). Dit is een bedrijf dat is aangewezen door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om certificering uit te voeren. Veel fabrikanten van speeltoestellen laten hun toestellen standaard certificeren. Als je zelf speeltoestellen ontwerpt en samenstelt, moet je een AKI inschakelen om de certificering uit te voeren. Voor het warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen zijn de volgende instellingen aangewezen voor zowel attracties als speeltoestellen (stand van zaken op 21 juni 2010)*:

Voor alleen speeltoestellen zijn aangewezen: Zie voor een actueel overzicht deze link

Wanneer controleer je op veiligheid?
Al tijdens de ontwerpfase kun je een eerste controle doen op veiligheid. Schakel bijvoorbeeld een ontwerper in die ervaring heeft met speelplaatsen en met keuringen. Er zijn ook adviesbureaus die je in deze fase kunnen ondersteunen (zie 'ontwerp en inrichting') en AKI's zijn vaak ook bereid om belangeloos over je schouder mee te kijken met het ontwerp. Door deze aanpak weet je vrij zeker dat je niet iets aanlegt wat je later weer weg moet halen. Een officiële keuring kun je echter pas laten doen als de speelplaats is aangelegd. Laat een AKI bij voorkeur in één keer zo veel mogelijk speelplaatsen keuren, dat bespaart kosten.

Naast de keuring is het ook aan te raden om met een groep mensen de speelplaats over te lopen en alle attributen te beoordelen op veiligheid. Op deze manier kun je zelf een risicoanalyse doen. Veiligheid is een subjectief begrip en door er in een groep naar te kijken en over te praten, kom je gezamenlijk tot een gedragen begrip. Doe dit bij voorkeur met mensen die ervaring hebben met speelplaatsen en ook met enkele mensen die niet bij het ontwerp betrokken zijn geweest.

Afhankelijk van o.a. de intensiteit van het gebruik en de slijtage van de materialen moet je na opening regelmatig controleren. Voor speeltoestellen die onder de WAS vallen moet je een logboek bijhouden en vaak wordt een jaarlijkse inspectie gedaan. Deze inspectie hoeft niet door een AKI gedaan te worden. Tijdens de inspectie wordt bijvoorbeeld naar onderhoud en slijtage gekeken, maar het is niet de bedoeling dat een inspecteur opnieuw de constructie van het toestel op veiligheid controleert: volgens de wet hoeft dat maar één keer door de AKI gedaan te worden. Ook de speelaanleidingen die niet onder de WAS vallen moet je natuurlijk met enige regelmaat controleren. Die voor meer informatie de onderstaande websites en documenten.

Meer informatie
De laatste jaren is gebleken dat er veel onduidelijkheid bestaat rondom regelgeving aangaande natuurlijke speelplaatsen. Er is inmiddels een aantal documenten beschikbaar die meer duidelijkheid geven.

De reikwijdte notitie WAS (link invoegen met dit bestand erachter) reeds eerder genoemd, gaat in op de vraag welke speelobjecten onder de WAS vallen en welke niet. Het bevat o.a. een stroomschema waarmee bepaald kan worden of een speelobject onder de WAS valt of niet.

De factsheet 'Spelen in de bossen' behandelt hetzelfde onderwerp, maar gaat dieper in op speelbossen.

Het rapport 'Speelnatuur en veiligheid' (De Baaij Advies, Mr. B.M. Visser en het Ministerie van LNV) bevat richtlijnen en aanbevelingen voor terreinbeheerders en bevat gedetailleerde informatie over onderwerpen die hierboven kort behandeld zijn; o.a. aansprakelijkheid, verzekeringen, certificering, beheer en ook een onderwerp dat hier nog niet behandeld is, communicatie. U kunt het rapport hier lezen en downloaden.

Het landelijke netwerk Springzaad heeft een essay uitgebracht 'Geen leven zonder risico's', waarin aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke ontwikkelingen rondom veiligheid en spelen in de natuur.

In het artikel Speelwater en Gezondheid gaat Josine van den Boogaard van de GGD Rotterdam specifiek in op de speelwaarde en de risico's van speelwater.